over ons
Wie is Stichting Akka's Ganzenenparadijs en wat is haar doel en visie
Met de ingebrachte jarenlange ervaring van Chögyal Trizin (voorzitter), waarbij we continu geconfronteerd werden en nog steeds worden met de wijze waarop mensen met andere weerloze (mede)bewoners om gaan, leerden we dat er dringend iets gedaan moet worden voor deze weerloze (mede)bewoners.
Als antwoord is Stichting Akka’s Ganzenparadijs in september 2007 leven ingeblazen, een stichting die als doel heeft: zoveel mogelijk levende wezens die het moeilijk hebben te helpen en als vangnet te dienen voor: verwaarloosde, mishandelde, of met dood bedreigde dieren in de ruimste zin van het woord!
Boeddhistische filosofie:
De filosofie die ten grondslag ligt aan onze doelstelling vinden we terug in het boeddhisme. Binnen het Mahayana boeddhisme wordt geen onderscheid gemaakt tussen mensen en dieren. Alle levende wezens zijn onderworpen aan de kringloop van geboorte en dood. De hele wereld is één organisch geheel. Voor de Bodhisattva is het begrip mededogen – dat ook een besef van verantwoordelijkheid impliceert bijgevolg ook op dieren. Aan onze weerloze medebewoners (de dieren) wordt elk moment, over de gehele wereld, het ergst onrecht aangedaan.
Enkele voorbeelden: De brutale vergassing van duizenden ganzen die volgens natuurorganisaties en agrariërs tot economische schade zouden leiden, runderen en pluimvee, de ‘nutsdieren’ (die in anonieme slachthuizen worden geslacht), verkommering, veronachtzaming en ruwe behandeling van huisdieren (vooral ook door dierenhandelaren), de wijze waarop er om wordt gegaan met de handel in reptielen en amfibiën, de koelbloedige ‘vernietiging’ van vele tienduizenden door een griep getroffen geiten, varkens of runderen en pluimvee, het doelloos lijden in wetenschappelijke en medische proefnemingen en vivisectie (voor cosmetica en geneeskunde), de jacht op dieren uit winstbejag of voor de sport t.b.v consumptieartikelen…., omdat de natuur waarin zij leven een hinder is voor onze macro-economische expansiedrang (denk aan: afbranden van tropische regenwouden) of gewoon ‘zo maar’, ‘omdat het toch maar dieren zijn’…..Dit alles kan plaatsvinden op grond van het antropocentrische denken van de mens. De mens die zichzelf heer en meester waant over alle levende wezens. Hadden wij immers niet geleerd dat de mens door God soevereine oppermacht over de dieren toegekend is? Niet de redenering dat dieren tot een lagere soort behoren is aan de orde, wel de vaststelling dat zij, net zoals de mens, kunnen lijden en dat wij niet gerechtigd zijn te beschikken over hún leven!
